Andere manier van aanbesteden is nodig

Nieuwe FCI voorzitter Drenth wil met de overheid een sectoragenda opstellen, waarin de belangrijkste thema’s, zoals het aanbestedingsbeleid en de bijdrage van de sector aan de maatschappelijke transities, worden vastgelegd.

Een week voor de jaarlijkse bijeenkomst de Staat van de Creatieve Industrie belicht Bart Drenth, de voorzitter van de Federatie Creatieve Industrie, de belangrijkste thema's die spelen in de sector.

Eerst het goede nieuws. De Nederlandse creatieve industrie staat er goed voor volgens de meest recente Monitor Creatieve Industrie. De overheid onderschrijft het belang van de sector en maakte hem een van de nationale topsectoren, die de Nederlandse economie moeten trekken. Ook het bedrijfsleven weet de sector te vinden.

Bart Drenth, die vorig jaar voorzitter van de Federatie Creatieve Industrie werd, werkt als adviseur en interim-manager voor de culturele sector en creatieve industrie, en kent deze dus goed. "De creatieve industrie heeft een grote overlap met de culturele sector, maar waar de laatste afhankelijk is van subsidies, is de creatieve industrie dat van aanbestedingen. Daarom is voor ons het aanbestedingsbeleid van overheden veel belangrijker dan het subsidiebeleid."

Zoals het aanbestedingsbeleid nu werkt, is het beperkend voor de creatieve industrie, meent Drenth. "Je moet bij een aanbesteding alles specificeren, terwijl je als architect of ontwerper eigenlijk nog in de fase zit dat je op zoek bent naar oplossingen." Vanuit het standpunt van de aanbesteder gezien, is deze houding begrijpelijk, want hij wil grip hebben op de te verwachte kosten. De aanbesteder heeft zijn lijstje met wensen en eisen die hij wil afturven, terwijl de creatieve sector juist buiten die lijstjes om wil kunnen werken. "Dit is juist het kenmerk van de creatieve sector", zegt Drenth. "De creatieven zoeken de onzekerheid op, want ze moeten iets nieuws creëren. Maar dat verdraagt zich slecht met de aanbestedingsregels, die alles in afturflijstjes en spreadsheets willen vatten, en vooraf willen weten wat het gaat opleveren. Om dit dilemma op te lossen willen we met overheden in gesprek gaan."

Sectoragenda

Overheden zijn zich wel bewust van het belang van de creatieve industrie en wat deze kan bijdragen aan de samenleving. De EU riep zelfs een programma in het leven dat ze de ambitieuze naam New European Bauhaus gaf om de samenwerking met creatieven te stimuleren. Op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau leeft het besef dat de creatieven iets kunnen betekenen voor de oplossing van maatschappelijke opgaven, merkt Drenth. "Iedereen zegt dat de creatieve sector een rol moet spelen bij vraagstukken als de energietransitie of de digitalisering van de samenleving, want deze vragen om een andere inrichting van de openbare ruimte. Een ruimte die steeds vaker ook digitaal is."

Om het gesprek met de overheid af te trappen organiseert de Federatie Creatieve Industrie eind mei in Nieuwspoort de Staat van de Creatieve Industrie. "Dit moet een jaarlijkse traditie worden", meldt Drenth. "Het hoofd van Creative UK zal er spreken over de ambities van de creatieve industrie van Groot-Brittannië. Wij willen over hun ideeën vernemen, van hun ervaringen leren en leren van hun best practises."

Drenth wil met de overheid een sectoragenda opstellen, waarin de belangrijkste thema's, zoals het aanbestedingsbeleid en de bijdrage van de sector aan de maatschappelijke transities, worden vastgelegd. En hij heeft meer ambities: "Ik zou graag naar voorbeeld van Creative UK een streefgetal afspreken over hoeveel de creatieve sector zou moeten groeien en wie wat doet om dit te realiseren. In het VK mikken ze op vijftig miljard pond erbij tot 2030; in Nederland zouden we de ambitie kunnen stellen op vijf miljard euro erbij in 2030."

In de eerste Staat van de Creatieve Industrie zal het met name gaan over wat er speelt in de grote en middelgrote gemeenten, want de belangrijke maatschappelijke opgaven zullen op gemeentelijk niveau moeten worden uitgevoerd. De aanbestedingsregels knellen echter ook op gemeentelijk niveau. "Onzekerheid is de essentie van transities, want je gaat van het zekere naar het onbekende", zegt Drenth tot slot. "Je zult bepaalde zekerheden moeten opgeven en nieuwe structuren maken. Dit vraagt om de inbreng van creatieven. Maar die moeten wel kunnen werken zonder starre regels van het aanbestedingshandboek."

Loading more content...