Spiegel, Vergrootglas of Luchtspiegeling?

In deze publicatie analyseren en expliciteren we de mechanismen die onder het oppervlak van deze identiteitspolitiek liggen. Kunst en cultuur kunnen hierbinnen fungeren als spiegel, soms zelfs als lachspiegel, maar ook als vergrootglas om focus aan te brengen of idealistisch vergezicht

Toen prinses Máxima bij de presentatie van het WRR-rapport Identificatie in Nederland (2007) beweerde dat “de Nederlander niet bestaat”, leverde haar dat een hoop kritiek op. Máxima’s uitspraak werd gezien als een ontkenning van de nationale identiteit, of misschien zelfs een aanval. In het gekrakeel bleef echter een definitie achterwege van wat ons eigen is. “Moeten Nederlanders duidelijk maken wat die identiteit eigenlijk inhoudt, dan blijven ze steken in simpele en nogal schrale observaties”, constateerde Maarten van Rossem in zijn schotschrift Wie zijn wij? (2011). “Nederlanders zeggen zich vooral Nederlander te voelen als ze kijken naar sportevenementen waar hun landgenoten het goed doen en op nationale feestdagen, waarbij onveranderlijk Koninginnedag wordt genoemd.”

Die observatie geldt nog steeds. En dat terwijl ‘identiteit’ tot in het hart van het politieke discours is gedrongen, zeker in de aanloop naar de afgelopen Kamerverkiezingen. Of het nu is in de vorm van nationaal bindmiddel of viering van verscheidenheid, de vraag naar wie wij Nederlanders zijn, vormde een rode draad in de verkiezingsprogramma’s van vrijwel alle partijen. Hij klonk door in de positionering binnen de EU, de omgang met vluchtelingen, en de inrichting van de economie. Niet in de laatste plaats kleurde hij de paragrafen over kunst en cultuur, die in veel gevallen worden gezien als meest directe uiting van identiteit.

thumbnail of SPIEGEL-VERGROOTGLAS-OF-LUCHTSPIEGELING

Any thoughts?

Loading more content...